Choose language

Prinsjesdag 2025: Brengt 2026 een rem op de motor van onderwijsinnovatie?

Gister was het Prinsjesdag 2025 en heeft het (demissionair) kabinet-Schoof de plannen voor het komende jaar gepresenteerd. Met de eerder aangekondigde bezuinigingen en de plannen van Prinsjesdag, wordt de impact op het onderwijs steeds duidelijker. Welke aangekondigde plannen worden werkelijkheid en zijn de consequenties zo radicaal als dat we dachten?

XeduleOffsiteEventZoo-3947-1

Krimp door demografie en bezuinigingen

Het komt niet geheel onverwacht dat de grootschalige bezuinigingen voor het onderwijs blijven staan. De rode draad is dat de totale begroting voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de komende jaren fors daalt (met bijna € 3,7 miljard). Dit heeft twee hoofdoorzaken:

Demografische krimp: Er worden de komende jaren minder leerlingen en studenten verwacht. Omdat de financiering van scholen grotendeels afhangt van het aantal leerlingen, dalen de budgetten automatisch mee. Dit verklaart een groot deel van de daling in het primair, voortgezet en hoger onderwijs.

Actieve bezuinigingen: Naast de demografische daling heeft het kabinet Schoof zelf ook voor € 1 miljard aan bezuinigingen doorgevoerd. Deze bezuinigingen zijn dus een directe politieke keuze.

MBO, HBO en WO: Bezuinigingen en keuzes

Het middelbaar en hoger beroepsonderwijs (mbo en hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo) worden geconfronteerd met een aantal stevige bezuinigingen. Dit zijn de belangrijkste punten:

  • Beperken van internationale studenten: Het kabinet zet structureel in op het beperken van de instroom van internationale studenten. Voor 2026 betekent dit een concrete bezuiniging van € 6 miljoen, verdeeld over het hbo (€ 1,9 miljoen) en wo (€ 4,1 miljoen).

  • Stopzetten startersbeurzen: De startersbeurzen, bedoeld om jonge onderzoekers een vliegende start te geven, worden stopgezet. De kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek komt hiermee in het geding omdat het innovatief en interdisciplinair onderzoek in de weg staat, zoals de vereniging Universiteiten van Nederland ook benadrukt.

Gaan gerichte investeringen dan het verschil maken?

Hoewel er in de stukken wordt gesproken over het belang van de digitale transformatie in het onderwijs, de nadelige gevolgen van het lerarentekort en het verkleinen van de ruimte tussen onderwijs en arbeidsmarkt, zijn de investeringen die het kabinet doet vooral eenmalig en betreft het dus geen structurele bekostiging. Dit geeft het onderwijs een steuntje in de rug, maar is lang niet voldoende om de innovatie mogelijk te maken die nodig is. Welke investeringen kunnen we verwachten?

  • Aanpak lerarentekort: Er gaat extra geld naar de aanpak van het lerarentekort. De uitgaven voor arbeidsmarkt- en personeelsbeleid stijgen naar € 437,1 miljoen in 2026.

  • Kwaliteitsafspraken MBO: Instellingen ontvangen via de kwaliteitsafspraken een aanvulling op hun bekostiging om de doelen uit de Werkagenda mbo te realiseren. Hiervoor is in 2026 circa € 539 miljoen beschikbaar. Deze werkagenda is gericht op gelijke kansen, de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het onderwijs van de toekomst.

  • Regeling Praktijkleren: Vanaf 2026 wordt de regeling praktijkleren onder bekostiging geplaatst, met een budget van € 262,2 miljoen. Dit stimuleert werkgevers om praktijk- en werkleerplaatsen aan te bieden, waardoor studenten beter voorbereid zijn op de arbeidsmarkt.

  • Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom (VABOK): Met een plafondbedrag van circa € 39 miljoen in 2026 stimuleert deze regeling de samenwerking tussen vo, mbo en hbo om uitval en switch te verminderen.

  • Nationaal Groeifonds (NGF): Via het NGF wordt geïnvesteerd in projecten als de LLO-katalysator om een leven lang ontwikkelen mogelijk te maken en Npuls om de (digitale) transformatie van het onderwijs te versnellen. 

Xedule_Broll Still_1 (1)

Het primair en voortgezet onderwijs:

Voor het primair en voortgezet onderwijs wordt de aanpak voor het verbeteren van basisvaardigheden voortgezet; vanaf 2027 wordt de subsidie hiervoor omgezet in structurele, gerichte bekostiging. Ook de programma's voor schoolmaaltijden en de brugfunctionaris blijven beschikbaar. De eerder aangekondigde bezuiniging op de onderwijskansenregeling is teruggedraaid. Tegelijkertijd wordt de subsidie voor brede brugklassen wel afgeschaft, wat ook effect heeft op de kansengelijkheid in het onderwijs.

Wat betekent dit voor de organisatie van onderwijs (onderwijslogistiek)?

Al deze veranderingen – of het nu investeringen of bezuinigingen zijn – hebben direct impact op de organisatie van het onderwijs. Het veranderen van de budgetten vraagt om keuzes in de “wat” en “hoe”.

Deze keuzes doorvoeren vraagt om een helder overzicht van het opleidingsaanbod, een wendbare organisatie en robuuste IT om dit effectief door te voeren.

De investeringen in het Groeifonds (Npuls) en de LLO Katalysator zorgen voor een duwtje in de goede richting op het gebied van IT en wendbaarheid. Maar met de structurele bezuinigingen en de dalende studentenaantallen, blijft het onderwijs onder druk staan. Kortom, het is belangrijk om juist nu in te zetten op het effectief organiseren van het onderwijs en het inzichtelijk maken van de onderwijs(logistieke)data. Wij denken graag met je mee!

De financiële druk dwingt ons om kritisch naar het onderwijsaanbod te kijken; modularisering is daarbij de sleutel om wendbaar te blijven met minder middelen. Ontdek hoe modularisering helpt om onderwijs en toetsing slimmer te organiseren.

Benieuwd wat wij voor jouw school kunnen betekenen?

arrow-blue-bottom_left

 

Jij wilt een oplossing die jouw onderwijsprocessen soepel laat verlopen. Met Xedule beheer jij in één oogopslag jouw gehele onderwijslogistiek. Zo houd jij meer tijd over voor wat echt belangrijk is: onderwijs.